Vannacht sliepen Anne en haar 2 vriendinnen Suzi en Isa buiten in de tent. Eigenlijk geen weer voor maar wel gezellig. Vanochtend rond 7 uur hoorde ik ineens iemand heel erg huilen en dat bleek Anne te zijn. Ze had enorm veel pijn aan de rechterzijkant waar ze de laatste tijd sowieso last van heeft en daarvoor ook onder behandeling is bij de fysio. Eerst ligt Anne boven op bed maar als het wat beter lijkt te gaan gaat ze naar beneden om aan tafel te zitten. We zijn wel geschrokken maar denken niet aan iets ernstigs. Ik geef aan dat ik eerst even de fysio wil spreken om te achterhalen of zij misschien een idee heeft. Dit blijkt met de kennis van nu heel dom. De fysio neemt de telefoon niet op en ineens gaat het heel slecht met Anne. Ze krijgt geen adem, begin te hyperventileren, trekt wit weg en loopt blauw aan. Anita probeert Anne qua ademhaling rustig te krijgen met een boterhamzakje en ik bel de huisarts (wederom niet de slimste actie en zo volgen er deze dag helaas nog een aantal. Wat we hebben geleerd van vandaag is dat je in zo’n situatie gewoon meteen 112 moet bellen maar ja dat is achteraf heel makkelijk gezegd). De huisartsassistente probeert via de telefoon Anne rustig te krijgen en vraagt of wij in staat zijn om langs te komen en wij geven aan dat dat kan (verkeerde keuze nummer 3).
Bij de huisarts aangekomen trekt Anne weer wit weg en samen met de doktersassistente blijven we bij Anne totdat de huisarts beschikbaar is. Hij wil eerst wat zaken weten en gaat dan luisteren naar de longen van Anne. Hij geeft aan dat de rechterkant niet klinkt zoals het zou moeten en dat we naar de spoedeisende hulp in het ziekenhuis in Leiderdorp moeten gaan. Hij vraagt of we daar zelf naar toe kunnen gaan of dat hij een ambulance moet regelen. Dat leek mij overdreven en dus geef ik aan dat we dat samen wel kunnen (verkeerde keuze nummer 4).
In de auto onderweg naar het ziekenhuis ben ik toch wel angstig maar het gaat best goed. Bij het ziekenhuis aangekomen kunnen we niet vinden waar we naar binnen moeten. We zijn eerst aan de voorkant en worden dan doorverwezen naar de achterkant. Daar worden we van het kastje naar de muur gestuurd en moet Anne veel te veel lopen ook al krijgen we een rolstoel maar het is daar zo oneffen dat je daar niet veel aan had (verkeerde keuze nummer 5). Ineens horen we mensen roepen dat we daar naar binnen kunnen terwijl ze 5 minuten geleden hadden gezegd dat we daar niet naar binnen mochten maar goed gelukkig zijn we nu in goede handen.
We moeten eerst in quarantaine om coronabesmetting uit te sluiten. Daarna worden er allerlei onderzoeken gedaan, röntgenfoto’s en CT-scans van de borstkas gemaakt. Al met al zijn we best wel een tijd bezig maar dan komt de arts binnen en zet haar computer aan met daarop een foto van de borstkas van Anne. Ze vraagt of Anne en ik de foto willen zien maar dat is mosterd na de maaltijd want we zien de foto al. Ik ben geen medicus maar de schrik slaat mij om het hart, dat ziet er niet goed uit en dat zijn ook de eerste woorden van de arts.






Op de foto zie je aan de rechterkant van de borstkas een grote bol die de wervelkolom en het hart naar links duwen en de rechterlong is niet zichtbaar. Ze weten niet wat het is maar te horen aan de stem van de arts en de toegenomen activiteit van alle mensen om ons heen is het meteen duidelijk dat het goed mis is. Ik bel Anita en geef aan dat ze haar werk maar moet bellen om te zeggen dat ze vandaag niet kan komen (dat heb ik inmiddels ook gedaan) en dat ze naar het ziekenhuis moet komen omdat het er niet zo goed uitziet.
Ondertussen wordt er druk overlegd maar we hebben in eerste instantie eigenlijk geen idee waarover maar het blijkt dat ze aan het uitzoeken zijn in welk ziekenhuis Anne het best geholpen kan worden. Ze denken eerst aan Rotterdam maar al snel kiezen ze voor Utrecht. Ambulancepersoneel komen binnen met een brancard en is het een bedrijvigheid van jewelste. Anne wordt op de brancard gelegd en samen lopen we naar de ruimte waar de ambulance staat. In de ambulance krijgt Anne een aapje als knuffel en die zal (zo blijkt later) een dierbare herinnering zijn gedurende haar verblijf in het ziekenhuis. Terwijl we nog bezig zijn komt Anita er net aan rijden. Gelukkig!




Er staan inmiddels ook twee politieauto’s klaar om de ambulance naar het ziekenhuis te begeleiden. We besluiten dat Anita met de politieauto meegaat en dat ik met eigen vervoer ook naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht zal rijden. Met loeiende sirenes vertrekken de ambulance en de politieauto’s. Het voelt allemaal heel surreëel maar tegelijkertijd dringt het besef door dat ons leven er vanaf dit moment weleens heel anders uit zou kunnen komen te zien.
Bij het WKZ in Utrecht aangekomen is het zoeken naar de IC-afdeling waar ze Anne naar toe hebben gebracht. Ze blijkt te liggen op IC-afdeling Pelikaan 1. Anne ligt vermoeid in bed. Heeft inmiddels meerdere infusen in haar armen en handen, ligt aan de monitor en krijgt extra zuurstof met een neus/mond-masker. Er worden foto’s gemaakt en het is een komen en gaan van artsen maar verder gebeurd er eigenlijk niet heel veel en vraag je je af waarom Anne met loeiende sirenes naar dit ziekenhuis is gebracht. Later blijkt dat ze dat hebben gedaan om de tijd tussen het ene ziekenhuis en het andere ziekenhuis zo kort mogelijk te houden. In het ziekenhuis is er veel meer apparatuur en zijn er veel meer specialisten voor het moment dat er iets fout zou gaan. Nu ze op de IC-afdeling van het WKZ ligt is het min of meer onder controle en nemen ze de tijd om goed met elkaar te bepalen wat er gedaan moet worden. Voor ons is het dus vooral in spanning wachten op wat er komen gaat.






Aan het begin van de avond komt chirurg dokter van de Ven vertellen dat ze Anne gaan opereren. Ze willen een drain plaatsen om het vocht aan de rechterkant eruit te halen. Hij geeft aan dat het wel een risicovolle operatie gaat worden want ze weten niet wat er gaat gebeuren met de vitale organen als het vocht eruit wordt gehaald. Er zal een team van wel 10 specialisten klaarstaan en aanwezig zijn bij de operatie voor het geval er complicaties optreden. Anne wordt klaargemaakt voor de operatie en dan begint het lange wachten. Na zo’n kleine 3 uur komt de chirurg vertellen dat het goed is gegaan en wordt Anne teruggebracht naar haar kamer. Roy is de verpleegkundige van dienst en dat is echt een geweldige man. Hij heeft vanaf het begin een klik met Anne en dat is geheel wederzijds. Het aapje dat ze in de ambulance heeft gekregen krijgt zelfs de naam Roy. Hoe erg de situatie ook is, de mensen op de afdeling zorgen meteen in alles heel goed voor Anne en voor ons.









Anita krijgt een kamertje in het WKZ om te slapen en ik ga naar huis om bij Stan te zijn. Wat een dag zeg, van de ene dag op de andere dag hebben we te maken met een doodzieke Anne. We gaan proberen wat te slapen maar dat zal ongetwijfeld lastig worden.